IISPA: meer dan de som der delen (deel I)

Aug 8
Geplaatst door

Sinds november 2010 beschikt de gemeente Almelo over een sportcomplex waar topsporters de vingers bij aflikken: IISPA. En niet alleen topsporters, want ook voor de breedtesport, scholen en publiek is het genieten geblazen in de  Internationale Indoor Sportaccommodatie Almelo. Functionaliteit, esthetiek en akoestiek gaan er hand in hand. Een knappe prestatie van Koppert + Koenis Architecten en de uitvoerende partijen, gezien de verhoudingen tussen eisen en mogelijkheden.

 

 

Meer wensen dan ruimte
Eén accommodatie voor zowel internationale topsport als breedtesport en bewegingsonderwijs; dat is wat de gemeente Almelo voor ogen had. Het Internationale Indoor Sportaccommodatie Almelo (IISPA) moest tussen het Polmanstadion (de thuishaven van de voetbalprofs van Heracles) en de woonboulevard in worden gebouwd. “Je ziet het zo niet, maar als je alle wensen over die plek heen gaat leggen, dan merk je dat het een beperkt kavel is”, zegt Erik Slangen. Enig gevoel voor understatement kan de architect/directeur bij Koppert & Koenis Architecten niet worden ontzegd. Op het aangewezen kavel moest het architectenbureau uit IJsselstein parkeerruimte realiseren, een expeditiestraat voor de woonboulevard aanleggen, de monumentale bomenrij behouden en er dus ook nog een sportcomplex met vier sporthallen bouwen.

Split-level sportaccommodatie
De hoogte in ligt dan voor de hand, maar vanwege het bestemmingsplan was die mogelijkheid beperkt. “Dus hebben we IISPA een stukje de grond ingeduwd en een split-levelconstructie gemaakt waarover de verschillende zalen zijn verdeeld.” De twee turnhallen liggen in het souterrain; een beetje privé want er moet geconcentreerd kunnen worden getraind. De vrije overspanning van het plafond van de turnhal maakte het nodig om boven de turnhal 2,5 meter de hoogte in te gaan. In plaats van 2,5 meter lucht te maken, besloot Erik Slangen de boel op te rekken naar 4 meter en zo gelijk ruimte te creëren voor kleedkamers, berging, kantoortjes en horeca. Daar weer bovenop is de topsporthal geplaatst, op de 3e verdieping dus. Vanuit die topsporthal loop je zo naar de tribunes van de breedtesporthal. Die ligt zelf wat lager, op de 1e verdieping.

Een oplossing die meerwaarde heeft voor het totaal
“Als architect ben je nooit bezig met het verzinnen van gewoon één oplossing voor één probleem”, zegt Erik Slangen over het ontwerp. “Je probeert altijd een oplossing te vinden die meerwaarde voor het totaal heeft. Volgens mij is het dan pas een goede oplossing. Met IISPA hebben de verschillende oplossingen die we moesten zien te vinden, tot een synergie geleid. Als je door het gebouw loopt, dan kom je overal sport tegen. Bij Koppert + Koenis vinden we dat belangrijk, dat je in aanraking komt met sport en dat breedtesport zich mengt met topsport. Dat motiveert, dat initieert beweging.”

 

 

Eisen nemen toe, middelen niet
Het architectenbureau uit IJsselstein ontwerpt al jaren sportaccommodaties. 95% van de opdrachtgevers bestaat uit gemeenten die sporthallen, zwembaden en dergelijke willen. Bij Koppert + Koenis weten ze dan ook waar je allemaal tegenaan kunt lopen bij het ontwerpen van zo’n  accommodatie. Opdrachtgevers en gebruikers hebben hun specifieke wensen en eisen, en er zijn normen en eisen vanuit de wet- en regelgeving en de sportwereld zelf. Een en ander is niet altijd goed verenigbaar. Zo wil een opdrachtgever zijn sportgebouw vaak zo onderhoudsarm mogelijk om de exploitatiekosten te beperken, terwijl er zeer robuust gebruik wordt gemaakt van de accommodatie. Daarnaast hebben wensen, normen en eisen zich in een heel ander tempo ontwikkeld dan de budgettaire ruimte. Het moet allemaal voor hetzelfde geld, of zelfs voor minder. “Akoestiek is daar een voorbeeld van”, zegt Erik Slangen. “Op dat vlak gaan de eisen steeds verder omhoog, terwijl de middelen om er aan te voldoen vaak ontbreken.”

Klachten over geluidshinder vinden gehoor
De steeds strengere eisen op het gebied van akoestiek komen niet uit de lucht vallen. Al jarenlang wijzen de docenten lichamelijke opvoeding op de vaak erbarmelijk slechte geluidsomstandigheden in sporthallen en gymlokalen en op de schadelijke gevolgen (gehoorklachten, hoofdpijn, vermoeidheid en stress) die dat kan hebben. De roep is gehoord, onder meer door het NOC*NSF. De normcommisie OMS (Overdekte Multidisciplinaire Sportaccomodaties)  heeft in 2005 de norm aangescherpt,  die mede door de inspanningen van het KVLO in 2010 is opgenomen in de arbocatalogus van het Voortgezet Onderwijs.

Nagalm is al 100 jaar dé parameter
“Dat is zonder meer een stap  in de goede richting, maar eigenlijk blijkt uit de praktijk dat die norm verder geoptimaliseerd zou kunnen worden”, zegt Guus Klamerek van Saint-Gobain Ecophon. Het bedrijf uit Etten-Leur, producent/leverancier van akoestische plafonds, is al geruime tijd bezig de kennis over het onderwerp te bundelen door de experts op het gebied bijeen te brengen. “Als het om akoestiek gaat, is nagalm al 100 jaar dé parameter.  Je kunt de nagalmtijd relatief makkelijk berekenen en meten. Met de formule van Sabine  kun je uitrekenen hoeveel m2 absorptiemateriaal je dient te gebruiken om een bepaalde nagalmtijd te realiseren. Die formule gaat echter alleen op bij kubusvormige ruimtes met gelijkmatig verdeelde absorptie en een volledig diffuus geluidsveld. Dat is ook de reden dat het vaak mis gaat als je de calculaties vergelijkt met de praktijkwaardes.”

Behoorlijk complexe materie
Evengoed gaat ook de NOC*NSF-richtlijn uit van een maximale nagalmtijd gekoppeld aan het volume van de ruimtes. Weliswaar gekoppeld aan een maximaal geluidsniveau en zeer streng opgesteld, maar bij 5 tot 10% van de sporthallen houd je desondanks akoestische problemen. “Dat is de reden dat we in januari een expertmeeting georganiseerd hebben, waar uiteindelijk een werkgroep uit is samengesteld. Deze werkgroep gaat bekijken of en hoe de norm aangepast zou kunnen worden. En daarvoor is het van belang om zoveel mogelijk kennis bijeen te brengen. De materie is immers behoorlijk complex.”

Flutterecho is vaak de boosdoener
Een van de redenen dat akoestiek in sporthallen niet op een eenvoudige manier aan te pakken is, is dat het geluid er, anders dan in een theater, van verschillende kanten komt (reflecties) en vaak van meerdere bronnen. Daarnaast kun je in een sporthal niet overal absorptiemateriaal aanbrengen. Vaak zijn harde materialen nodig die hufterproof en goed reinigbaar zijn, en dat levert een non-diffuus geluidsveld op. “Vooral de onderste drie meter van de wanden is een lastige zone. Vaak is dit deel hard en ontstaan er hinderlijke flutterechos”, zegt Guus Klamerek. “Flutterecho krijg je wanneer het geluid wordt weerkaatst tussen twee harde oppervlakken. Gebeurt dat in die onderste drie meter, dan helpt het absorptiemateriaal in bijvoorbeeld het plafond daar niet tegen.”

Moeilijk te pareren
Vooral voor de onderste drie meter liggen de akoestische oplossingen echter niet voor het oprapen. Ook Ecophon heeft daar nog geen product voor. Architect Erik Slangen: “Als je die onderste paar meter van veel absorptiemateriaal kunt voorzien, dan scheelt dat een heleboel. Maar juist die zone is zo moeilijk. Hij moet obstakelvrij zijn en glad, de klimrekken en touwenberging moeten er in worden verwerkt, en de deuren naar de kleedruimtes en de bergingen zitten erin, enzovoort. Het is precies de zone die heel bewerkelijk is en waar van alles in moet kunnen die je moet proberen akoestisch optimaal te laten functioneren. En hij moet ook nog eens stootvast zijn. Dat bijt elkaar.”

 

Lees verder in deel II van IISPA: Meer dan de som der delen.

 

Dit artikel is ook gepubliceerd in Mebest nr. 3, 2011

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Background