Je hoeft het niet te begrijpen, als je het maar voelt (deel I)

Jun 8
Geplaatst door

Foto: Roos Aldershoff

De kop van de Wibautstraat in Amsterdam ondergaat een drastische gedaanteverwisseling. In het gebied bij de Singelgracht realiseert de Hogeschool van Amsterdam de Amstelcampus; een plek voor studeren, wonen, werken en recreëren. Onderdeel van het plan is de renovatie van een aantal bestaande gebouwen en nieuwbouw. OIII Architecten verzorgt het interieurontwerp van deze panden. Het Amsterdamse bureau gaat daarbij uit van de filosofie dat je terugkrijgt wat je erin stopt; respect. Dat heeft inmiddels een Kohnstammhuis en een Theo Thijssenhuis opgeleverd waar je je vingers bij aflikt.

 
Van belastingkantoor naar schoolgebouw
Het Kohnstammhuis is in 1958 gebouwd, als onderkomen voor de Belastingdienst. In 1966 werd er een archieffaciliteit toegevoegd, het Mauritsgebouw. Eind jaren negentig vertrok de Belastingdienst naar een nieuwe locatie en kwamen de panden leeg te staan. Totdat de Hogeschool van Amsterdam er zijn oog op liet vallen. Na een periode met allerlei verbouwingen is in het kader van de Amstelcampus in 2007 een start gemaakt met een ingrijpende, vier jaar durende renovatie van beide gebouwen.

Gebouw en interieur zijn één
OIII Architecten heeft de opdracht gekregen om het interieur van de complete Amstelcampus te ontwerpen, dus ook van de twee meest recente aanwinsten. Een van de dingen waar het Amsterdamse bureau rekening mee moest houden, was dat het Kohnstammhuis een Rijksmonument is. “Dat betekende voor ons vooral dat we de sfeer van toen het een belastingkantoor was, intact wilden houden; want die hoort bij het gebouw”, aldus OIII. “We hebben er dus voor gezorgd dat we niet een heel andere binnenwereld creëerden. Gebouw en interieur moeten één geheel zijn, dat is altijd onze visie.”

Een interieur waar je mee vooruit kunt
Het interieur moest niet alleen bij het gebouw passen, het moest ook bestand zijn tegen zeer intensief gebruik. Het Kohnstammhuis en het Theo Thijssenhuis (zoals het voormalige Mauritsgebouw tegenwoordig heet) maken immers deel uit van een Amstelcampus waar straks duizenden mensen studeren, wonen, werken en recreëren; en de Hogeschool van Amsterdam wilde geen interieur dat na vijf jaar al weer aan vervanging toe zou zijn. OIII Architecten heeft dat opgelost door materialen te kiezen die niet alleen tegen een stootje kunnen maar ook stootjes voorkomen.

Brazilië levert het bewijs
Volgens het Amsterdamse architectenbureau blijft een nette omgeving namelijk veel langer mooi en schoon dan een omgeving die er rommelig en lelijk uitziet. OIII Architecten is er van overtuigd dat het zo werkt. “Kijk naar architect Oscar Niemeyer. Hij kreeg de opdracht om de vieze en onveilige metrostations in Sao Paulo en Rio de Janeiro op te knappen. Het enige wat hij heeft gedaan is wit marmer aanbrengen op vloeren en wanden. Sindsdien blijft het schoon en voelen mensen zich er weer veilig. Dat bewijst dat als je iets goeds maakt dat er mooi en verzorgd uitziet, mensen er netjes mee zullen omgaan.”

En een interieur waar je iets van leert
Die visie, of eigenlijk zelfs bedrijfsfilosofie van OIII Architecten, werd omarmd door opdrachtgever Hogeschool van Amsterdam. Niet zo vreemd want zoals OIII zegt:  “Eigenlijk is het een onderdeel van de educatie van de studenten, ze leren omgaan met een ruimte. Je maakt een omgeving waar ze respect voor voelen en ze zullen die met respect behandelen. ” Vanuit die gedachte is dan ook het interieur van het Kohnstammhuis en het Theo Thijssenhuis ontworpen.

Samenwerken en communiceren is de essentie
Wil je het gewenste effect realiseren, dan is er meer nodig dan een doordacht ontwerp; er moet ook met toewijding en respect worden gebouwd. Dat betekent dat er intensief moet worden voorbereid. “Je komt altijd dingen tegen die je niet had voorzien. Om die problemen goed op te lossen, moet je samenwerken en communiceren; dat is de essentie. En je moet motiveren; de motivatie die je hebt als ontwerper, overbrengen op de timmerman en de stukadoor.” Het Amsterdamse acrhitectenbureau begint daar al mee bij de allereerste bouwvergadering; daar zijn alle partijen bij aanwezig. “We leggen uit wat we gaan doen. Ze kennen al wel de tekeningen, maar als ze ook de impressies hebben gezien dan heeft iedereen een beeld van hoe het moet gaan worden. En je maakt als architect duidelijk dat je afhankelijk bent van hen, dat als zij niet met elkaar samenwerken, het een Toren van Babel wordt.”

De gangen zijn de ruggengraat van het gebouw
Het resultaat van die aanpak is onder meer te zien in de gangen. De oorspronkelijke plafonds waren iets hoger gelegen, gebogen en zwart. Samen met witte bolvormige lampen in een strakke lijn en gladde witte wanden zorgde dat voor een fraai grafisch beeld. Het maakte van de gangen ook de ruggengraat van het gebouw. OIII heeft die ruggengraat weer teruggebracht met behulp van een systeemplafond, een zwarte uitvoering van Rockfon Fibral, compleet met armaturen die een heel sterke link hebben met hoe het vroeger was. “Voor montagebedrijf Verwol was het bepaald geen standaardklus”, aldus OIII. “Daardoor hebben ze het met veel plezier en veel aandacht gemaakt, in een perfecte samenwerking met de installateur. En dat zie je terug in de kwaliteit.”

Lees verder in deel II van Je hoeft het niet te begrijpen, als je het maar voelt.

 

Dit artikel is ook gepubliceerd in Mebest 2/2012

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


− 2 = three

Background