Uit praktijk van TBA: Sausklaar pleisterwerk, een eeuwigdurende discussie

Feb 9
Geplaatst door
Mebest 2016 nr. 4

Technisch adviseur Alphons Hagen is één van de stuc-specialisten van Technisch Bureau Afbouw. (foto: Jan Willem Kommer)

De adviseurs van Technisch Bureau Afbouw (TBA) worden regelmatig ingeschakeld als er problemen zijn op afbouwgebied. Voor technisch adviseur Alphons Hagen betekent dat onder meer dat hij heel vaak uitsluitsel moet geven bij discussies over de kwaliteit van gesausd of nog te sausen stukadoorswerk. Zijn ervaring: zowel bij de stukadoor, de schilder als de opdrachtgever ontbreekt nogal eens kennis over wat moet, wat kan en wat mag. 

Voor stukadoor en opdrachtgever is het vaak lastig om er samen uit te komen wanneer er discussie is over de esthetische kwaliteit van pleisterwerk. Wat de één niet mooi of zelfs onaanvaardbaar vindt kan voor een ander acceptabel of zelfs prima in orde zijn. Technisch Bureau Afbouw wordt dan ook vaak gevraagd om als onafhankelijke partij een uitspraak te doen bij dergelijke meningsverschillen. In veel gevallen gaat het dan om een opdracht als ‘wanden en plafonds sausklaar opleveren’ die niet naar tevredenheid van de opdrachtgever is uitgevoerd.

Normen en richtlijnen

Die kwaliteitscontroles voert TBA in de basis uit aan de hand van objectieve normen en richtlijnen, zoals ’Oppervlaktebeoordelingscriteria stukadoorswerk binnen’ voor stucwerk op steenachtige ondergronden en ‘Afwerkingsniveaus van in het werk af te werken gipskarton- en gipsvezelplaten op systeemwanden en -plafonds’. Die bevatten meetbare maatstaven waaraan het oppervlak van stukadoorswerk moet voldoen om een bepaald kwaliteistniveau – in de Oppervlaktebeoordelinsgcriteria onderverdeeld in Groepen terwijl ‘Afwerkingsniveau’s’ met Klassen werkt – te halen.
De doeleinden waar een oppervlak voor kan worden afgewerkt worden in de richtlijnen niet ‘sausklaar’ of behangklaar’ genoemd, ze worden omschreven. Zo staat bij Klasse B, het op één na hoogste niveau binnen de criteria ‘Afwerkingsniveaus van in het werk af te werken gipskarton- en gipsvezelplaten op systeemwanden en -plafonds’ dat het gaat om een oppervlak dat bestemd is voor gematteerde verfsystemen, dunne en lichtgekleurde afwerkingen van behang, textiel en fijn gestructureerde afwerkingen, zoals (spuit)pleisters met korrelgrootte ≤ 1 mm.

Verantwoordelijkheid van de stukadoor
(foto: Alphons Hagen)

(foto: Alphons Hagen)

Technisch adviseur Alphons Hagen is bij TBA één van de specialisten op stukadoorsgebied en in veel gevallen degene die deze kwaliteitscontroles uitvoert. Als hij het stukadoorswerk van een afstandje bekijkt is zijn eerste globale indruk vaak dat de afwerking van het oppervlak en de vlakheid en de belijning van de in- en uitwendige hoeken netjes en verzorgd zijn. Bekijkt hij het stukadoorswerk van dichterbij, dan blijkt in sommige gevallen dat de esthetische kwaliteit van het stukadoorswerk op details te kort schiet. “Dan ontdek je bijvoorbeeld plaatselijke niveauverschillen, aanzetten, bobbels, gaatjes enzovoort.” 
Aan de hand van de normen en richtlijnen kan de technisch adviseur vaststellen wat wel en wat niet binnen de marges van een bepaald afwerkingsniveau valt. Zo geldt voor Groep 1 – het op één na hoogste afwerkingsniveau van de ’Oppervlaktebeoordelingscriteria stukadoorswerk binnen’ – dat bijvoorbeeld bij een afstand van 200 cm tussen de meetpunten, de vlakheidstolerantie 5 mm is. Bij een afstand van 40 cm is de tolerantie slechts 1mm. 
Voor klasse B van ‘Afwerkingsniveaus van in het werk af te werken gipskarton- en gipsvezelplaten op systeemwanden en -plafonds’ moeten voegen en schroefgaten gevuld, gefinisht en geschuurd zijn.

Verantwoordelijkheid van de schilder
De omschrijving ‘sausklaar opleveren’ kan tot verwarring leiden. Het wil echter niet zeggen dat de schilder zijn gebruikelijke voorbewerkingen als schuren en plamuren achterwege kan laten. (foto: Alphons Hagen)

De omschrijving ‘sausklaar opleveren’ kan tot verwarring leiden. Het wil echter niet zeggen dat de schilder zijn gebruikelijke voorbewerkingen als schuren en plamuren achterwege kan laten. (foto: Alphons Hagen)

Alphons Hagen constateert dat veel schilders het idee hebben dat, als er over sausklaar pleisterwerk volgens Groep 0 of 1 wordt gesproken, ze niets meer aan de ondergrond hoeven te doen voor ze aan het werk gaan. “Dat klopt echter niet”, aldus de technisch adviseur. Hij wijst op wat er in de ’Oppervlaktebeoordelingscriteria stukadoorswerk binnen’ staat voor Groep 1. Bij dat afwerkingsniveau – geschikt voor een mat afwerksysteem, vinylbehang, een glasvlies versterkt verfsysteem of een fijne sierpleister met een korreldikte tot 1 mm – moeten plaatselijke (opliggende) onregelmatigheden worden weggeschuurd door degene die het afwerksysteem aanbrengt. “Dat schuren is niet om de nalatigheden van de stukadoor te corrigeren. Het hoort, net als plamuren, bij de basiswerkzaamheden die de schilder uitvoert om een oppervlak gereed te maken voor het aanbrengen van een afwerksysteem”, aldus Alphons Hagen.
Wat óók hoort bij het werk van degene die het afwerksysteem aanbrengt, is vooraf de ondergrond inspecteren. Die moet dan worden nagelopen op eventuele oneffenheden of andere tekortkomingen die van invloed kunnen zijn op de esthetische eindkwaliteit. Als de schilder zulke tekortkomingen constateert en het herstel ervan valt buiten zijn normale bewerkingen, dan hoort hij dat bij zijn opdrachtgever te melden. De stukadoor kan het oppervlak dan nog corrigeren voordat het afwerksysteem wordt aangebracht.

Door strijklicht kunnen ook oppervlakken die ruimschoots binnen de afwerkingsnormen vallen, er uitzien alsof er van alles mis mee is. (foto: Alphons Hagen)

Door strijklicht kunnen ook oppervlakken die ruimschoots binnen de afwerkingsnormen vallen, er uitzien alsof er van alles mis mee is. (foto: Alphons Hagen)

Eerlijk kijken

Het is niet alleen belangrijk dat zowel stukadoor als schilder weten wat hun verantwoordelijkheden zijn ten aanzien van gesausde muren, ook opdrachtgevers moeten weten hoe de vork in de steel zit. Zo staat bijvoorbeeld in de criteria/normen dat tijdens een beoordeling het oppervlak niet met strijklicht mag worden aangelicht. Die bepaling moet voorkomen dat het werk van de stukadoor wordt afgekeurd vanwege oneffenheden die uitsluitend door strijklicht zichtbaar zijn. Bij strijklicht zijn immers altijd meer gebreken in ondergrond en afwerking te zien dan bij standaard verlichting. Oneffenheden die de norm overschrijden moeten natuurlijk wel worden hersteld.
Ook de schildersbranche waarschuwt voor strijklicht. In een brochure over de beoordeling van de technische en esthetische kwaliteit (zichtbaarheid van gebreken) van het schilderwerk, beglazingswerk en wandbekledingen staat dat het oppervlak moet worden beoordeeld op een afstand van minimaal 1 m en bij normaal aanwezige verlichting. Ook staat in deze brochure dat de lichtintensiteit een belangrijke rol speelt. Een sterke lichtbron maakt altijd meer gebreken zichtbaar dan een normale lichtbron.

 

Gesausd stucwerk kan prachtig zijn maar ook een bron van ergernis. Daarom is het altijd verstandig om vooraf goed de wensen en verwachtingen en de mogelijkheden en onmogelijkheden door te nemen. (foto: Jan Willem Kommer)

Gesausd stucwerk kan prachtig zijn maar ook een bron van ergernis. Daarom is het altijd verstandig om vooraf goed de wensen en verwachtingen en de mogelijkheden en onmogelijkheden door te nemen. (foto: Jan Willem Kommer)

Niet vergeten: proefvlak maken!

Al is het een open deur, het blijft een feit dat voorkomen beter is dan genezen. Daarom is het zinvol om van tevoren duidelijk te bespreken wat de wensen ten aanzien van het stukadoorswerk zijn en wat er van mag worden verwacht, én om heldere afspraken maken over wat er wordt geleverd en hoe het eindresultaat wordt beoordeeld.
Veder staat in ‘Oppervlaktebeoordelingscriteria stukadoorswerk binnen’ dat het bij Groep 0 en 1 verplicht is (en voor de overige groepen raadzaam) om een proefvlak of referentie voor de overeengekomen werkzaamheden te benoemen. “Het is iets wat stukadoorsbedrijven en opdrachtgevers meestal vergeten”, zegt Alphons Hagen. “Maar een proefvlak maakt wel goed duidelijk wat je als opdrachtgever kunt verwachten, en aan welke eisen je als stukadoor moet voldoen. Uiteraard moet het proefvlak wel in overeenstemming te zijn met de opgeven meterprijs.”

 

Downloaden

De genoemde ‘Oppervlaktebeoordelingscriteria stukadoorswerk binnen’ en ‘Afwerkingsniveaus van in het werk af te werken gipskarton- en gipsvezelplaten op systeemwanden en -plafonds’ zijn te downloaden van de website van Technisch Bureau Afbouw.
De richtlijn ‘Afwerkingsniveaus’ besteedt aandacht aan de Europses tabel ‘Kwaliteitsniveaus
gipskartonplaatsystemen’. In die Europese tabel wordt gewerkt met Q-niveau’s. Omdat die niet meetbaar zijn en de afwerkingsniveauklassen wel, zijn in Nederland die klassen leidend. Maar om inzicht in de overeenkomsten en de verschillen te geven, bevat de richtlijn wel een conversietabel.
 Meer informatie over het ‘sausklaar’ maken van wanden en plafonds is te vinden in ‘Verwerkingsadvies voor het schilderklaar opleveren van stukadoorswerk en gipskartonplaten’, eveneens van www.tbafbouw.nl te downloaden.

Geplaats in: Stukadoor
Tags:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


seven × 6 =

Background