Stoere mortel voor Dijk van een Wijf

May 10
Geplaatst door
(foto: Klokhuys tekst en foto)

(foto: Klokhuys tekst en foto)

Op een terp langs de Waal bij het Gelderse dorpje Gendt staat een Dijk van een Wijf. Een rondborstig kunstwerk van keiharde materialen; staal, baksteen en een veelzijdige betonreparatiemortel. 

Inspirerende omgeving

De Gendste Polder is klaar voor een nieuwe toekomst. Er zijn nieuwe wandelpaden aangelegd, een fietspad, drukriolering en een buis voor glasvezel. Lelijke bebouwing is gesloopt en er is ruimte gemaakt voor natuurontwikkeling. En er is een enorm kunstwerk geplaatst. Daar werd een wedstrijd voor uitgeschreven. Een ‘baken aan de rivier’ wilde de provincie Gelderland. Met die ontwerpopdracht ging een aantal kunstenaars aan de slag. Publiek en jury kozen voor Dijk van een Wijf van Marcelle Hilgers en Lizet Burgersdijk. Ze ontwierpen een vrouwenbeeld met volle, ronde vormen, zittend op een terp; een oermoeder.
Inspiratie ervoor haalden de kunstenaars uit de directe omgeving. Dat het om een vrouwenbeeld moest gaan stond al snel vast. Vanwege de rivier met zijn vruchtbare beddingen en zijn lussen in de stroom die doen denken aan vrouwelijke rondingen. Vanwege de werkende mannen – de schippers in hun schepen en de kerels in de steenfabrieken in de omgeving – die altijd weer terugkeerden naar hun baken thuis, de vouw.
Een baken dat goed zichtbaar is vanaf de rivier, heeft hoogte nodig. Om het beeld zelf 15 meter hoog te maken was geen haalbare kaart, ze moest op een verhoging komen. Een terp, want dat past ook bij uitstek in het rivierengebied waar mensen zich van oudsher bewust zijn van het dreigende water.

Rokken van baksteen, lijf van beton

Ook voor de materialisatie bood de omgeving voldoende aanknopingspunten. “We zagen al die klei, die vele resten baksteen, dat zand, dat water; daar moesten we haar van maken”, zegt Marcelle Hilgers. Voor de terp konden de kunstenaars gebruik maken van de grond die bij de herinrichting van de polder beschikbaar kwam. De heuvel, met een diameter van zo’n 35 meter, ligt bezaaid met brokstukken puin. De stukken metselwerk komen ook uit de omgeving, van afgebroken gebouwen als oude schuren, in onbruik geraakte steenovens, vervallen boerderijtjes en de voormalige steenfabrieken. Naarmate je hoger klimt neemt de hoeveelheid toe; Dijk van een Wijf zelf zit midden in de restanten muur, alsof de randen van haar rokken ervan zijn gemaakt.
Het hele beeld van baksteen maken was geen optie. “Dan zou het erg moeilijk worden om het beeld de rondingen en uitdrukking te geven die we voor ogen hadden”, verklaart de kunstenaar. “En als je met bakstenen werkt, krijg je voegen waar gemakkelijk planten en algen in kunnen groeien.” Dat zou niet handig zijn want de provincie en de gemeente wilden wel graag een kunstwerk dat minstens 30 jaar zou meegaan en dat niet veel onderhoud vraagt. Zodoende viel de keuze op beton.

Team van experts

Maar dan kwam de uitvoering. De kunstenaars moesten de manier van bouwen tot in detail duidelijk hebben om toestemming te krijgen om het kunstwerk ook daadwerkelijk te gaan bouwen. Een leger aan deskundigen werd geraadpleegd en een team aan experts verzameld.
“Onder meer iemand die razend goed is in 3D tekeningen op de computer. Samen met Rens Stinissen hebben we het Wijf in feite op het beeldscherm gebeeldhouwd. Dat was heel belangrijk want de details die we de maquette hadden gegeven wilden we natuurlijk precies zo hebben in het daadwerkelijke beeldwerk dat vele malen groter is.”
Dijk van een Wijf moest een skelet van staal krijgen om haar enorme lichaamsgewicht te kunnen dragen. Dat werd gemaakt door constructeur Don van Grunsven, die als coördinerend aannemer  van cruciaal belang was voor de realisatie van het gehele project. Door het 3D-model in schijfjes op te delen kon hij het frame heel nauwkeurig maken. “Het had al grotendeels de vorm die we voor Dijk van een Wijf voor ogen hadden”, zegt Marcelle Hilgers. “In feite was het al zo gedetailleerd dat het relatief makkelijk was om de vorm en de uitdrukking in de beton te maken.” Voor dat onderdeel riepen de kunstenaars de hulp in van Job Saltzher. Hij heeft ruime ervaring in het shapen van beelden van beton. Voor het aanbrengen van de betonmortel leverde het netwerk een creatieve stukadoor op, Fred Willems van De Andere Stucadoor. Aanvankelijk was het idee om een mortel met de hand aan te brengen maar om dat dat bij nader inzien een iets te grote opgave zou worden, werd gekozen voor machinaal aanbrengen. Fred Willems had daar de juiste apparatuur voor, een Putzknecht “Eigenlijk gewoon een gipsspuit”, zegt de stukadoor. “Maar als je daar een andere mantel met een andere worm op zet, dan kun je er prima cementgebonden mortels mee verwerken. En dus ook een betonmortel.”

Veelzijdige betonreparatiemortel

Grote bedreiging voor een lange levensduur van Dijk van een Wijf is betonrot, oxidatie van het stalen frame. Doorgaans wordt dat voorkomen door het wapeningsstaal vooraf in te kwasten met een beschermend middel. Het zou echter erg veel tijd kosten om het complexe frame, compleet met grof betonwapeningsgaas en een fijnmazig gaas om mortel tegenaan te smeren, te behandelen. En het zou ook gemakkelijk zijn om een stukje te missen, met alle risico’s van dien. De AfbouwUniQ-groep kon het Dijk van een Wijf-team echter helpen aan Kerakoll Geolite. “Een van de fijne voordelen van die betonreparatiemortel is dat het metaal passiveert”, aldus Leon van den Boogaert van leverancier Stukbouw uit Schijndel. “Voorbehandeling is dus niet nodig, je zorgt gewoon dat het metaal goed is ingepakt met de mortel.” Het gaas moest dus in de binnenkant van het frame worden gehangen. “Dan heb je het risico dat het gaat zakken door het gewicht van de mortel”, zegt stukadoor Fred Willems, die het materiaal met de spuit aanbracht. “Door het gaas met een heleboel tyraps aan het frame vast te maken, is dat doorzakken voorkomen.”

Superstevig wijf

Nog een goede reden om de Kerakoll Geolite te gebruiken voor Dijk van een Wijf was dat de vezelversterkte mortel ook een constructieve bijdrage levert. In het staalframe waren al steunpalen opgenomen om het voldoende draagkracht te geven. Door een mortel te gebruiken die niet alleen maar rust en steunt, zou de constructie van het kunstwerk nog steviger worden. Wel een fijn idee, zeker omdat kinderen graag op het kunstwerk blijken te klauteren.
Dijk van een Wijf moest wel een dikke huid krijgen, zo’n 10 centimeter. De betonreparatiemortel is dan ook in een aantal lagen aangebracht. “De eerste drie lagen waren erg belangrijk, daar hebben we de wapening goed mee ingekapseld”, zegt stukadoor Fred Willems. “De eerste laag was echt een dikke blubber, daarna ga je steeds een beetje vloeibaarder zodat het materiaal overal goed om het metaal heen kan. Je wilt geen losse delen met lucht hebben want dan heb je het risico van betonrot.” Bij sommige delen was het lastig om de mortel goed aan te brengen, bijvoorbeeld de onderkant van de armen van het Wijf. “Alleen verspuiten lukte daar niet goed, het materiaal viel soms weer naar beneden”, zegt Fred Willems. “`We moesten teruggrijpen op wat ik vroeger heb geleerd, de mortel er met kracht inmeppen.”
Met een afbindtijd van zo’n 40 minuten en een niet alledaagse gevormde ondergrond was het soms alle hens aan dek. “We hebben met z’n vijven twee dagen lang keihard gewerkt om die basislaag erop te krijgen”, zegt Marcelle Hilgers. Daarna werd het wat rustiger, kon er dikte en tenslotte een afwerklaag worden opgebracht. Met krabben, polijsten, snijden, schuren en pleisteren aan de hand van het uitgetekende ontwerp kreeg Dijk van een Wijf steeds meer detail en uitdrukking. Dat kon deels met de gebruikelijke stukadoorsgereedschappen worden gedaan, maar voor de ronden vormen en het fijnere werk moesten er ook wat creatieve oplossingen worden bedacht, kromgebogen spackmessen bijvoorbeeld.

Van A tot Z meegewerkt

Waar je normaal gesproken verwacht dat een vezelversterkte mortel tamelijk grof blijft, kon het beeldwerk van de zware basislaag tot en met de fijne afwerklaag helemaal met de betonreparatiemortel worden gemaakt. Dat maakte het voor Marcelle Hilgers en Lizet Burgersdijk een aangename kennismaking met materiaal waar ze nog niet eerder mee had gewerkt. “Ik ben behoorlijk verrast door de mogelijkheden die beton biedt. Je denkt dat het helemaal niet dynamisch is maar je kunt dit uitstekend naar je hand zetten. Mits je binnen de gestelde tijd werkt natuurlijk. De fijnheid van het uiteindelijke uiterlijk ook, al heeft het Wijf een minimale mimiek, het is wel belangrijk dat het hoofd en het gezicht goed in detail zijn. Dat heeft Job hier perfect mee kunnen doen!”
Hoewel er veel experts betrokken waren bij het werk, hebben de kunstenaars niet het gevoel dat ze te veel uit handen hebben gegeven. Er waren nu eenmaal zaken die ze zelf niet konden, maar ze hebben bij elk onderdeel meegewerkt, van overleggen tot en met de uitvoering. Dus ook het bouwen van het frame, het aanbrengen van de betonmortel en het shapen en afwerken ervan. “Fysiek was het misschien wel het zwaarste half jaar van ons leven, maar het was ook ontzettend leuk om te doen”, zegt Marcelle Hilgers. “En het was belangrijk voor ons om aan elk onderdeel mee te werken. We wilden zeker weten dat het zo zou worden zoals we het hadden bedacht. Het staat er straks toch minstens 30 jaar, stel je voor dat het dan iets is waar je niet achter staat!”

 

Over de stukadoor

Fred Willems werkt sinds 1995 al zelfstandig stukadoor. Hij werkt alleen, heeft geen personeel in dienst. Onder de naam De Andere Stucadoor richt hij zich vooral op exclusieve en decoratieve afwerkingen voor de particuliere markt. Zijn werkgebied strekt zich uit van Arnhem tot Den Bosch.
Website: www.deanderestucadoor.nl

Over de kunstenaars

Lizet Burgersdijk en Marcelle Hilgers zijn beeldend kunstenaars en werken al geruime tijd samen in hun atelier in ‘De Oosterbeekse School’.  De kunstenaars vonden elkaar in 2000 tijdens een millennium-kunstproject. Daarna volgde een inspirerende samenwerking die heeft geleid tot meerdere exposities en opdrachten.
De inspiratie voor hun werk haalt het duo uit het observeren van het dagelijks leven en het verzamelen van persoonlijke verhalen hieruit. Al associërend, schetsend, schrijvend ontstaat een idee. Vrij snel daarop volgt de zoektocht naar passende materialen en technieken. Groot gereedschap schuwen ze niet. Lizet en Marcelle hebben een voorkeur voor het werken met ruwe materialen zoals klei, beton, metaal en hout. 

De materialen, observaties en verhalen vormen de basis voor het werk. Door het verbinden van deze drie elementen ontstaat een nieuwe beeldtaal. Het werk van Marcelle en Lizet kenmerkt zich door aardsheid, poëzie en humor. De kunstenaars hopen dat eenieder via het werk verwondering, emotie of schoonheid ervaart.
Lizet Burgersdijk en Marcelle Hilgers werken zowel autonoom als in opdracht van particulieren en organisaties.

Geplaats in: Stukadoor
Tags: ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


four × = 28

Background