Voor fijnproevers en vakmensen: Stucwerk in de badkamer

Jul 20
Geplaatst door
(foto: Klokhuys tekst en foto)

(foto: Klokhuys tekst en foto)

Je eigen badkamer gebruiken als proeftuin voor decoratief pleisterwerk? Stukadoor Lois Vlasblom deed het, om te kijken wat wel en niet kan. Schades liggen immers op de loer bij dergelijk stucwerk. Dat weet ook Technisch Bureau Afbouw. TBA publiceerde onlangs een richtlijn met glasheldere do’s en don’ts.

Wijs door schade en schande

‘Richtlijn voor het aanbrengen van glad/gespaand decoratief stukadoorswerk’ is de titel die de in de eerste helft van 2018 gepubliceerde TBA-Richtlijn 1.12 meekreeg Daar wordt nog een subtitel aan toegevoegd, want hij is vooral gericht op de toepassing in natte ruimtes. “Dat is namelijk waar we de afgelopen twee jaar relatief veel meldingen van schade met dergelijk pleisterwerk over kregen”, zegt Ed van der Plas. Als technisch adviseur bij TBA wordt hij vaak ingeschakeld voor schadediagnoses. “We constateerden dat de oorzaak van deze schades bijna nooit in de afwerking zelf zat maar dat het negen van de tien keer de ondergrond was.” De richtlijn, die TBA samen met de producenten van de decoratieve pleisters en NOA opstelde, besteedt daar dan ook veel aandacht aan. Om spanningen en scheurvorming te voorkomen spreekt de publicatie een voorkeur uit voor cementgebonden materialen voor zowel de constructie als de basislaag in natte cellen. “We doelen dan overigens vooral op badkamers”, zegt Ed van der Plas. “Over sauna’s en hammams en dergelijke hebben we het niet. Daar is de vochtbelasting vrijwel continu en daar zijn deze afwerkingen gewoon niet geschikt voor.”

Uitproberen in tijdelijke woning

Lois Vlasblom vindt die voorkeur voor cementgebonden materialen niet meer dan logisch. De stukadoor was begin april een van de deelnemers aan de NOA-cursus ‘Problematiek rondom decoratieve pleisters in badkamers’ die Ed van der Plas gaf en waar hij de TBA-richtlijn introduceerde. Vlasblom heeft in de afgelopen jaren flink wat badkamers voorzien van decoratief pleisterwerk en heeft daar de nodige problemen bij meegemaakt. “Inderdaad zaten die vaak in de ondergrond. Die moet spanningsvrij zijn. Geen hout toepassen dus, zeker in een vochtige ruimte gaat dat werken. En liefst ook geen gips want als dat nat wordt dan zet het uit.”
Vlasblom doet niet veel badkamers meer. “Teveel risico’s en teveel stress als je dat vaak doet. Zeker als je zelf de ondergrond niet in de hand hebt.” Bij zijn eigen badkamer had hij dat wel. En omdat hij die in een tijdelijke woning maakte – een schuur naast de eigenlijke woning die een jarenlange renovatie ondergaat – kon hij wat experimenteren met de afwerking van wanden en vloeren. Hij deed dat met Terrastone. “Dat is een product op basis van kalk met natuurlijke harsen erin. Ik heb het gekozen omdat je het goed naar je hand kunt zetten zodat je veel controle hebt over hoe het er komt uit te zien. Anders dan sommige andere producten is het niet waterdicht van zichzelf, dat moet je maken.” Voor de ondergrond gebruikte hij Diamond Board van Knauf. “Die plaat heeft weliswaar gips als basis, maar hij is zo gemodificeerd dat hij goed te gebruiken is in natte ruimtes”, zegt de stukadoor. “Daarnaast wilde ik het niet te ingewikkeld aanpakken; het is maar een schuur die tijdelijk dienst doet als woning.”

Waterdicht maken

Om eventuele spanningsverschillen op te vangen heeft de stukadoor de ondergrond afgedicht met een spanningsarme mortel, de cementgebonden A950 van Ardex waarin hij ook nog eens een wapeningsgaas heeft opgenomen. “Niet alleen op de naden maar de complete wanden!”, zegt hij. Daarna zette hij een kimbandsysteem op het hele oppervlak. Dat is eveneens van Ardex, de 8 + 9. “Het is een twee-componentensysteem, de kant-en-klare pasta uit een emmer is me wat te zacht, te flexibel.”, zegt de stukadoor. “Zet je daar een harder product overheen, wat vaak gebeurt in een badkamer, dan heb je kans dat dat gaat scheuren.”
Het kimbandsysteem zorgt ervoor dat de ondergrond waterdicht is. Dat is ook één van de aanbevelingen die TBA in de richtlijn geeft. “Een waterdicht membraan in de onderlaag is een vereiste”, zegt Ed van der Plas. “Verder is het van belang dat de waterleidingen genoeg dekking hebben, tenminste 10 millimeter, en dat er een flexibele mantelbuis omheen zit. Bij de warmwaterleiding is dat nodig omdat de temperatuurschommelingen voor thermische spanning kunnen zorgen. En bij de koudwaterleiding om oppervlaktecondensatie te voorkomen die voor verkleuring in het pleisterwerk kan zorgen.”

Noodzakelijk kwaad

Nog een belangrijk punt uit de richtlijn is de behandeling van inwendige hoeken. “Die moeten worden voorzien van profieltjes en ze moeten worden gekit”, aldus de technisch adviseur van TBA. “Dat gaat om inwendige hoeken van de wanden maar ook in nisjes die je veel ziet in badkamers met decoratief gepleisterde wanden.” Stukadoor Lois Vlasblom vindt dit een lastig punt. “De charme van deze afwerking is dat de badkamer eruitziet alsof hij massief is. Zo’n nisje, het is net alsof het uit de wand is uitgehouwen. Met kitvoegen verstoor je die illusie. Naden is niet wat mensen willen en verwachten.” Een dilemma, want volgens Ed van der Plas is het nu eenmaal technisch noodzakelijk om te kitten, om werking uit de ondergrond op te vangen en scheuren in de afwerking te voorkomen.“Mensen zullen moeten accepteren dat stucwerk niet kan worden doorgezet in de inwendige hoeken. En waarom ook niet? Bij tegelwanden worden inwendige hoeken ook gekit.”
In zijn eigen badkamer heeft Lois Vlasblom op dit vlak de richtlijn niet gevolgd. In een nisje en bij twee aansluitende wanden in de douchecel heeft hij het stucwerk op de inwendige hoeken namelijk wél doorgezet. Een bewust genomen risico maar de pleister houdt het vooralsnog goed. Bij een andere inwendige hoek heeft hij echter het zekere voor het onzekere genomen. “Dat is een wandje dat ik tegen de Diamond Board aan heb gemetseld. Dan weet je vrijwel zeker dat het gaat werken dus daar heb ik wél met een kitvoeg gewerkt.” Het valt nauwelijks op want de tussenmuur is in een andere kleur afgewerkt, een donkere augbergine-achtige tint terwijl de andere wanden in de douchecel een veel lichtere, meer grijsgroene tint hebben. Een mooie oplossing om aan zowel de technische vereisten als esthetische wensen te voldoen.

Vloeren? Dat is een ander verhaal!

Wat de horizontale vlakken betreft zitten stukadoor en richtlijn weer keurig op één lijn. Afschot is het devies voor nisjes en vloeren; van de wand af, zodat water er niet op kan blijven staan. “Maar douchevloeren zijn altijd riskant want er blijft meestal wel water op liggen”, heeft de ervaring Lois Vlasblom geleerd. “Elk minuscuul gaatje kan dan voor ellende zorgen. Water dringt erin en  doordat het steeds weer nat wordt, krijgt het materiaal niet de tijd om te drogen. Ik heb te vaak meegemaakt dat het problemen geeft, met welk product dan ook.” Te veel risico dus, zelfs voor zijn eigen tijdelijke badkamer. Daar heeft hij de douchevloer dan ook niet gepleisterd maar hem gemaakt van één grote tegel. Dan oogt het nog steeds massief. De rest van de badkamervloeren die niet direct met water worden belast heeft hij wel met Terrastone afgewerkt, met afschot erin.
TBA-Richtlijn 1.12 gaat niet erg diep in op decoratieve pleisters als vloerafwerking. “We hebben aangegeven dat het kan maar dat het absoluut vochtdicht moet zijn en dat afschot een vereiste is”, zegt Ed van der Plas. “Ook wijzen we in de tekst op het belang van onderhoud: droogmaken en ventileren. Maar het voorbereiden en het aanbrengen van de pleister als vloerafwerking zelf hebben we niet uitgebreid meegenomen in de richtlijn. Vloeren zijn zo’n heel ander verhaal, daar komen ineens zulke ander aspecten bij kijken. Maar goed, je ziet steeds vaker dat stukadoors dat stukje ook meenemen dus wellicht komt er nog een aparte richtlijn voor de afwerking van vloeren met decoratieve pleisters.”

Woonkamervloer

In zijn tijdelijke woonkamer heeft Lois Vlasblom ook wat dingen uitgeprobeerd met Terrastone. Onder meer de verdiepingsvloer (een vezelversterkte egaline) heeft hij er mee afgewerkt. Een onverdeeld succes is dat niet geworden. “Je kunt dit product op veel verschillende soorten ondergrond toepassen maar het is niet heel hard. Dat maakt het zeker voor een vloerafwerking wat gevoelig.” Zelfs na aflakken met de twee-compontenten PU-coating die hij ook in de badkamer heeft gebruikt, zijn er slijtageplekken ontstaan. “Geen probleem voor de tijdelijke woonoplossing maar voor ons echte huis zou ik de vloer er niet weer mee doen.”

Verrassende wanden

Ook de wanden van de kopgevels in de tijdelijke woning heeft de stukadoor met Terrastone afgewerkt. Het zijn voorzetwanden van gipskartonplaat op houten balken.Opvallende touch in de wanden is de verlichting die in de glooiende nisjes is verwerkt. “Ik heb de nisjes met Wediplaat gemaakt. Het is maar 4 mm dik en goed te buigen. En het is een ‘dood’ product dat niet snel zal werken.” Hoewel de platen ongevoelig zijn voor vocht en daarom ook veel in badkamers worden toegepast, ziet Lois Vlasblom ze niet als wonderoplossing voor de ondergronden. “Alles beweegt en het blijft plaat tegen plaat. Je krijgt dus altijd spanningen dus kans op schade kun je nooit volledig uitsluiten. Het beste wat je kunt doen is een woning goed inschatten. Is het nieuwbouw met veel beton? Is het een oude woning waarin met kalkmortels is gemetseld? Staat hij op zand, op veen, staat hij op een rustige plek of rijdt er veel zwaar verkeer door de straat? Het speelt allemaal mee bij de keuze voor je constructie en materialen.”

Keuken

In de keuken in het tijdelijke onderkomen is de stukadoor flink los gegaan. NIet zozeer met de wand achter het aanrecht, die is gewoon afgewerkt met Terrastone en wordt tegen vocht beschermd door de twee- componenten PU-coating. Het aanrecht zelf echter heeft Lois Vlasblom gemaakt van stucmarmer. “het is een oude techniek uit Italië waarmee marmer werd geïmiteerd. “Het is een procedé waarbij gips, beenderlijm en pigmenten wordt gemengd. Door bolletjes te maken in verschillende tinten en kleurverlopen, daar vervolgens plakjes van te snijden en die in verschillende schakeringen samen te voegen, krijg je een marmeruiterlijk”, luidt de sterk vereenvoudigde uitleg. “Voor dit aanrecht heb ik gips vervangen door Terrastone, vanuit de gedachte dat dat materiaal beter bestand is tegen water dan gips.” Tot op zekere hoogte blijkt het ook goed te werken. Alleen bij de gootsteen is de vochtbelasting zo hoog dat het daar wel flink beschadigd is. Met een losse spoelbak van een ander materiaal zou het stucmarmeren aanrecht wellicht kans van slagen hebben. Door het enorm arbeidsintensieven procedé zou de prijs echter wel eens de pan uit kunnen rijzen.

TBA-richtlijn 1.12

Naast ondergrond, kitnaden in inwendige hoeken, afschot en waterdichte membranen komen er in TBA-richtlijn 1.12 nog veel meer aspecten aan de orde die van wezenlijk belang zijn bij het aanbrengen van glad/gespaand decoratief stukadoorswerk als afwerking voor de natte ruimte. De klimatologische omstandigheden bijvoorbeeld. “Bij het aanbrengen van de afwerking moet de temperatuur tussen de 15 en de 20 graden liggen”, zegt Ed van der Plas. “Dezelfde temperatuur eigenlijk als bij bewoning.” Volgens de technisch adviseur van TBA zijn er ook nog verschillende algemene zaken waar rekening mee gehouden moet worden. “Vanzelfsprekend moet de ondergrond vooraf goed worden beoordeeld. AIs hij stabiel, vormvast, drukvast, kan er een goede hechting op worden gekregen. En is hij niet te vochtig? Vooraf dus altijd goed het vochtpercentage meten.” In de richtlijn is een tabel opgenomen waarin per soort ondergrond staat aangegeven wat het maximale vochtgehalte mag zijn.
Los van alle technische zaken is er ook nog de esthetische kant. Ook daar gaat de richtlijn op in. Zo is er onder het kopje ‘Beoordelingsaspecten’ vermeld wat wel en niet acceptabel is als het gaat om bijvoorbeeld spaanslagen, om verschillen in kleur, tint en textuur, om oneffenheden. Het blijkt elke keer een lastig verhaal bij afwerkingen met zo’n levendig karakter. “Daarom is het belangrijk om vooraf proef of referentievlakken te maken en aan te geven dat bij dit soort afwerkingen verschillende oppervlakken er nooit hetzelfde zullen uitzien.”
De richtlijn is te downloaden van de website van Technisch Bureau Afbouw onder Publicaties stukadoors en afbouw.

Geplaats in: Stukadoor
Tags: ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


− 2 = three

Background