Uniek tapijt van steen voor de jezuïeten

Sep 24
Geplaatst door
(foto: Klokhuys tekst en foto)

(foto: Klokhuys tekst en foto)

Religie en Belgisch hardsteen, al eeuwenlang tonen ze in kerken en kloosters in de lage landen hun innige band. In Aqua Viva is die bestendigd. Het nieuwe Nijmeegse verzorgingstehuis van de jezuïeten kreeg een prachtige natuursteenvloer met subtiele verwijzing naar de Sociëteit van Jezus. 

Van de nood een deugd

De kerkgang loopt al decennialang terug en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de intreding in het klooster. Vrijwel zonder uitzondering zijn kloostergemeenschappen in Nederland klein en volledig vergrijsd. Ook de Congregatie van het Allerheiligste Sacrament in Nijmegen ontkwam niet aan die neerwaartse spiraal. Kerk en klooster in de wijk Brakkenstein krompen echter niet mee en werden een te zware belasting. De Sacramentijnen zetten een rigoreuze en opmerkelijke stap. De oude gebouwen werden gesloopt en er werd iets nieuws en passends teruggeplaatst. Een kostbaar project dat werd bekostigd met de verkoop van de grond van de kloostertuin aan Ballast Nedam; die mocht daar appartementen ontwikkelen. Door de crisis kwam dat niet op gang tot de jezuïeten aanklopten. Hun Collegium Berchmanianum, een voormalig college en klooster dat sinds de jaren zestig dienst deed als verpleeg- en verzorgingstehuis, was ook te groot geworden én danig aan renovatie toe. Het werd verkocht aan de Radbouwuniversiteit en naast de nieuwe Sacramentskerk bouwde Ballast Nedam het hofgebouw waar de jezuïeten hun nieuwe verzorgingstehuis Aqua Viva in vestigden.

Zorg van A tot Z

Net als de gebouwen van de Congregatie van het Allerheiligste Sacrament is het Hofgebouw ontworpen door het Eindhovense architectenkantoor Diederendirrix. “Qua massa en vorm hebben we erg gelet op de omgeving. Brakkenstein is een kleinschalige wijk met veel eensgezinswoningen en weinig hoogbouw. Dan is zo’n appartementengebouw toch wel een ontwikkeling”, zegt architect Pieter de Ruijter. 
In het Hofgebouw zijn drie onderdoorgangen opgenomen die toegang geven tot de kloostertuin. Een deel van het pand heeft een maatschappelijke functie gekregen, daar zitten bijvoorbeeld een huisartsenpraktijk en een apotheek. Het overgrote deel wordt echter gebruikt door Aqua Viva. De verdiepingen bevatten wooneenheden en appartementen voor zelfstandig wonenden tot mensen die intensieve zorg nodig hebben. Op de begane grond zijn de hoofdentree, een aula en een kleine kapel te vinden. Vrijwel het gehele vloeroppervlak van die parterre, zo’n 600 m2, is voorzien van een unieke natuursteenvloer.

Doordacht willekeurig

Het Berchmaniaum, het vorige onderkomen van de jezuïeten, was vernoemd naar rooms-katholieke heilige Johannes Berchmans. De orde wilde het nieuwe verzorgingshuis ook weer laten verwijzen naar deze Vlaamse jezuïet uit de 16e eeuw. Niet met de naam van het gebouw dit keer maar met de vloer. Die moest van een Belgische natuursteen worden gemaakt, Rouge Royal. “Dat is een vrij prijzig materiaal”, zegt de architect. “We hebben toen Belgisch hardsteen voorgesteld als alternatief.” Het materiaal heeft weliswaar een andere kleur maar de opdrachtgever vond het een acceptabele en betaalbare vervanger. Als compromis wilde hij echter wel de rode steen op de een of andere manier in de vloer terugzien. In welk patroon dat dan moest gebeuren, mocht de architect bepalen. Dat heeft een verbluffend resultaat opgeleverd. “We hebben ons eerst gericht op de vorm van de grijze hardsteen. Jezuïeten spreken niet van een klooster maar van een huis”, licht Pieter de Ruijter toe. “Daar hebben we het model van de steen op gebaseerd; een vijfhoek, de archetypische vorm van een huis. Je kunt er verschillende patronen mee maken en in zien. Vervolgens hebben we gekeken hoe we dat konden verbijzonderen met Rouge Royal. Dat zijn verschillende formaten driehoekjes geworden die als het ware over het grijs zijn uitgestrooid. Niet in een patroon of een figuratie maar willekeurig.” Het effect is wolkerig, een soort golvende beweging waar sommige plekken wat intensiever rood opkleuren en andere plekken donkergrijs zijn. Niet de hele begane grond is zo gedaan; het stenen tapijt is op drie plekken gelegd: in de aula, in de ontmoetingsruimte en in de kapel. In die laatste ruimte vormt het tapijt ook een soort zone, waar de banken staan.

Internationale samenwerking

Het kleurverschil tussen de Belgisch hardsteen en de Rouge Royal is niet het enige dat voor onderscheid zorgt, ook het verschil in vorm en formaat dragen daar aan bij. En ze zorgden voor hoofdbrekens. In eerste instantie bij Carrieres du Hainaut waar de ‘Blauwe Steen van Henegouwen’ vandaan komt, legt Johan van Dongen van de Waalse groeve uit. “Corbeel & Greven, dat de vloer ging leggen, had niet voldoende capaciteit over om de tegels te zagen. Maar wij konden die vijfhoekige vorm ook niet voor ze maken. Voor zo’n project wil je natuurlijk geen ‘nee’ verkopen, dus uiteindelijk hebben we een klant in Hongarije benaderd waarvan we dachten dat die dit wel zou kunnen.” Inderdaad kon EST Hungary de ‘huisjes’ maken. De rode tegels kwamen echter van een andere groeve en twee verschillende bronnen is bij het leggen van natuursteen tegelvloeren reden voor lichte paniek. “Verschillende groeven betekent doorgaans verschillende zagerijen en dat betekent onherroepelijk verschillende afstellingen en dus verschillende afmetingen”, verduidelijkt Johan van Dongen. “En dan wordt het vrijwel onmogelijk om zo’n patroon te leggen als hier was bedacht.” Corbeel & Greven besloot de rode tegels in 30 x 30 cm naar de werkplaats in Winterswijk te laten komen en ze daar zelf in de juiste vorm en afmeting te zagen. Met EST Hungary werd kortgesloten hoe de zaagmachines in Oost-Europa stonden afgesteld en er werden wat dozen met voorbeeldexemplaren naar het natuursteenbedrijf in de Achterhoek gestuurd.

Ruimte voor tolerantie

Alle voorzorgsmaatregelen betekenden nog niet dat de vloer probleemloos kon worden getegeld. “Een natuursteen tegelvloer leggen is een heel ander verhaal dan werken met keramische tegels”, zegt Tom de Leeuw van Corbeel & Greven. “Die zijn behoorlijk maatvast maar bij natuursteen heb je tussen de tegels altijd verschil in afmeting. De tolerantie is zo’n 1 à 2 millimeter. Je kunt dat redelijk goed opvangen met de voegen maar niet als het voegje maar 1,5 a 2 millimeter mag zijn, zoals hier in eerste instantie het geval was. Je hebt minstens 5 millimeter nodig.” Om de architect en opdrachtgever te overtuigen, werd een fors monsterpaneel gemaakt waarin de twee verschillende stenen waren verwerkt; de bredere voeg was netjes grijs ingewassen. “Dit is de minimale voeg die we kunnen maken, anders gaat het niet; hebben we gezegd”, aldus de werkvoorbereider van Corbeel & Greven. Architect Pieter de Ruijter was tevreden met het beeld. “De voegen ondersteunen het patroon en benadrukken de fijnschaligheid van het tapijt.”

Extra paar handen en ogen

De tegels zijn gelegd op een zandcementdekvloer met de butter en floating techniek, dus ondergrond en tegels vol en zat verlijmd. Met lijmkammen van 10 mm, om dikteverschillen in de tegels en onvlakheden in de vloer te kunnen opvangen. Waar normaal gesproken voor zo’n oppervlak een ploeg van twee man volstaat, werd nu met z’n drieën gewerkt. “Die extra man legde de juiste tegels klaar in rijen, omdat het anders veel te veel tijd zou kosten om dat uit te zoeken. En met de tekening met het patroon in de hand controleerde hij of elke tegel wel op de juiste plek was gelegd.” Eerst werd het vierkante ‘tapijt’ uitgezet en gelegd, daarna de hardsteen rand eromheen. Vervolgens is de vloer gevoegd.

Water bij de wijn

Doorgaans is het leggen van de natuursteenvloer een van de laatste handelingen. Nu moest echter nog het plafond worden gemonteerd: de Monoacoustic van Rockfon. Architect Pieter de Ruijter licht de keuze voor het naadloze akoestische plafond toe. “Het merendeel van de wanden is van vloer tot plafond afgewerkt met bamboe strips, doorsneden met een koperen bies om het idee van lambrisering te geven. Het is geen drukke wandafwerking, maar samen met de vloer trekt het toch de aandacht. Dan wil je niet ook nog een plafond dat de aandacht trekt. Maar we wilden wel een goede akoestiek.” Consequentie van de keuze voor een gesloten plafond was wel dat het het sluitstuk van de afbouw werd. Een riskante volgorde, vond Tom de Leeuw. “Liefst zijn wij de laatste zodat er niemand meer over de vloer hoeft. Nu hebben we na het voegen de vloer opgeleverd. Omdat er rolsteigers op moesten, is de vloer afgedekt met houten platen. Probleem van dat afdekken is dat het vocht niet uit de tegel kan. Als je hem te lang afgedekt laat, gaat het op een gegeven moment uitbloeden en krijg je lelijke plekken.” De platen zijn dan ook zo snel mogelijk nadat het plafond erin zat weer weggehaald.

Tevredenheid troef

De architect is zeer tevreden met de tegelvloer. “Het is wel een beetje eng, zo’n ontwerp met zoveel voegen en verschillende vormen. Het moet wel allemaal wel precies uitkomen anders ziet het er niet uit. En dat is gelukt. Chapeau voor de mensen die het hebben gelegd!” Ook het natuursteenbedrijf zelf heeft een goed gevoel overgehouden aan het project. “Het was een ingewikkelde opdracht maar door een goede voorbereiding kunnen we terugkijken op een prima eindresultaat. We vinden het heel bijzonder dat we dit hebben mogen doen want zo’n project maken we nooit meer mee. Tenzij ze er nog een klooster naast zetten.”
In Aqua Viva vinden ze de vloer mooi, maar sommigen hadden een ander idee bij hardsteen, bijvoorbeeld dat het niet zou krassen. En zeker in de aula heeft de vloer toch al wat beschadigingen opgelopen. Maar littekens zijn nodig, wil de vloer net zo’n karakter krijgen als de oudere broers in kerken en kloosters.

Opdrachtgever: De Nederlandse Provincie der Paters Jezuïeten, Nijmegen
Aannemer: Ballast Nedam, Nieuwegein
Architect: Diederendirrix, Eindhoven
Natuursteen: Corbeel & Greven, Winterswijk – Carrieres du Hainaut, Soignies (B)

 

Over Diederendirrix

Architectenbureau Diederendirrix in Eindhoven bestaat sinds 2005 en komt voort uit Diederen Dirrix van Wylick. Eigenaren en naamgevers van het bureau zijn Paul Diederen en Bert Dirrix.
Van origine bestaat het portfolio van voornamelijk uit nieuwbouw van woningen en kleinere kantoorgebouwen. Sinds de eeuwwisseling is transformatie van bestaande gebouwen een belangrijke component van de werkzaamheden geworden. Daarnaast doet Diederendirrix stedenbouwkundige plannen en visies en beeldkwaliteitsplannen. Het bureau werkt veel in Eindhoven maar is ook daarbuiten actief. Sinds kort is een filiaal in Rotterdam geopend om daar de studieopdrachten te doen en opdrachtgevers in die hoek van het land beter te kunnen faciliteren. Bij het middelgrote bureau werken zo’n 30 à 35 mensen.

Over Corbeel en Greven

Natuursteenbedrijf Corbeel & Greven is ontstaan in 2011 toen natuursteenbedrijf Corbeel failliet ging en door collega Greven werd overgenomen. Beide bedrijven waren toen 70 jaar oud en allebei dochter van tegelbedrijf Wessels. Van origine waren de twee bedrijven vooral gericht op grafwerk maar door de overname door Wessels in 2006, kwam daar veel meer bouwgerelateerd werk bij. Tegenwoordig biedt Corbeel & Greven een compleet pakket met grafwerk, aanrechtbladen, dorpels, vensterbanken en vloeren. 

Het bedrijf werkt met zowel natuursteen als composieten en heeft twee showrooms: in Winterswijk en Haaksbergen. De vestiging in WInterswijk beschikt ook nog over een uitgebreide en moderne werkplaats.

Geplaats in: Natuursteen
Tags: , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


4 × seven =

Background