Nieuwe koers voor waterwoningen

Oct 9
Geplaatst door
(foto: Klokhuys tekst en foto)

(foto: Klokhuys tekst en foto)

Woonboten zat in Nederland, maar huizen op het water kom je nog niet veel tegen. In Woerden zijn er recent twaalf gebouwd. De geïsoleerde gevels zijn voorzien van een krabpleister. Ook al niet bepaald dagelijkse kost. 

Hetzelfde maar dan anders

Veluwemeer, Meer van Annecy, Balatonmeer; met zulke straatnamen is het wel duidelijk wat het thema van de grootste nieuwbouwwijk in Woerden is. Het past ook bij de locatie, aan de boorden van de Cattenbroekerplas. Het beste uitzicht op dat wijdse wateroppervlak bieden de twaalf waterwoningen die óp de recreatieplas zijn gebouwd.
In Mebest schreven we al eerder over drijvende woningen; ruim drie jaar geleden inmiddels, een project in Delft destijds. Qua uiterlijk vertonen die woningen aardig wat overeenkomsten met de drijvende huizen in Woerden. Strak, enigszins kubistisch zelfs, en wit. Niet verwonderlijk, want beide projecten zijn van ontwikkelaar Balance d’Eau. Maar uiterlijk zegt niet alles, vrijwel alles áchter de gepleisterde gevels is anders. En de gepleisterde gevels zelf ook, eigenlijk. De woningen in Delft maakten gebruik van het Veerhuis-systeem. Die constructie, die vrijwel helemaal uit EPS bestaat, is zeer geschikt voor waterwoningen; ze moeten immers niet al te zwaar zijn. De waterwoningen in Woerden zijn echter gebouwd met houtskelet. “Als aannemer van dit soort zeer specialistische bouw moet je flexibel zijn om het proces goed in eigen hand te hebben, en dan heb je meer keuzemogelijkheden nodig”, zegt Olaf Janssen, de drijvende kracht achter Balance d’Eau. Het houten skelet is overigens wel wat steviger uitgevoerd dan de gebruikelijke variant. Op het water krijgen woningen immers wat meer beweging voor hun kiezen dan op het land, maar ze moeten wel torsievrij blijven.

Stukken efficiënter

De grootste verandering is niet eens zozeer waarmee, maar hoe de woningen zijn gebouwd. Bij de eerstelingen in Delft gebeurde dat op de oever, naast de plek waar ze in het water moesten komen te liggen. Als de bouw klaar was, was het een kwestie van de steigers weghalen en de woning met een kraan in het water tillen. “Nu bouwen we ze op het water”, zegt Olaf Janssen. “We hebben een soort dok gemaakt, een hydraulisch platform dat we steeds verder laten zakken naarmate de bouw vordert. Daaromheen staat een steiger die compleet afgedekt is met doek. Zo creëren we de ideale omstandigheden voor de bouw; droog, geen directe zon en weinig last van wind en kou.” Als de bouw en afbouw klaar zijn, wordt de voorste steigerwand weggehaald. De woning wordt naar buiten gevaren en op zijn definitieve ligplaats afgemeerd en vastgelegd. Zeker nu de waterwoning in productie wordt gebouwd – Waterrijk heeft er twaalf – scheelt het veel tijd en geld dat de steiger en overkapping bij elke woning worden hergebruikt in plaats van telkens weer moeten worden afgebroken en opgebouwd.

Supergoed geïsoleerd

De algemeen directeur van Balance d’Eau ziet dat de permanente overkapping ook de kwaliteit van het product ten goede komt. “Hebben we nu een stortbui dan heb je niet meteen schade aan je verse pleisterwerk zoals destijds in Delft wel gebeurde.” Want hoewel er veel is veranderd aan de manier van bouwen, worden de waterwoningen nog wel gepleisterd. Nu de gevels van de woningen niet meer uit zo’n enorm dik pakket EPS bestaan, moest er een andere manier van isoleren worden gevonden. De insteek is immers nog steeds om een toekomstbestendig huis te bouwen, energiezuinig dus. En dan is een goed geïsoleerde gevel onontbeerlijk. “Het binnenblad bestaat uit 18 mm underlayment en gipsplaten”, schetst Olaf Janssen hoe dat is aangepakt. “Het houten skelet zelfs is opgevuld met minerale wol en aan de buitenzijde dichtgezet met Cempanel. Daar zit een gevelisolatiesysteem op, Strikotherm Comfort 040.” Met een Rc van ruim 7 levert het complete pakket ruimschoots meer isolatiewaarde dan de 4,5 die vereist is voor nieuwbouwwoningen. Het isolatiesysteem is afgewerkt met krabpleister.
“Aan stukadoorsgroothandel SIG hebben we gevraagd wie in de regio ons het beste zou kunnen helpen met dat buitengevelisolatiesysteem. Ze verwezen ons naar stucadoorsbedrijf Ed ter Steege.” De stukadoor uit Nootdorp moest wel zowat naar het werk worden gesleept. “We doen veel gevelisolatiewerk en ik weet uit ervaring hoe kritisch dat is, en nu moest het ook nog op het water!”, legt de stukadoor uit. “Ik wil geen zesjes of zeventjes maken, ik ga voor negens, en ik had er een hard hoofd in of dat hier wel zou kunnen. Maar toen ik het project zag en doorhad hoeveel belang Olaf aan goede kwaliteit hecht, was ik om.”

Goedkoop is duurkoop

Ook de manier van samenwerken sprak de kieskeurige stukadoor erg aan; hij kon zijn specialistische kennis goed kwijt in het project. “Voor een bedrijf als Balance d’Eau is het essentieel dat je met partners werkt en niet met onderaannemers”, maakt Olaf Janssen duidelijk hoe hij er in zit. “Als je met de stukadoor kunt sparren op zijn expertisegebied, dan kun je zo’n woning steeds beter maken.” Detaillering waar Ed ter Steege en systeemleverancier Strikotherm op aandrongen, werd dan ook door Balance ‘d Eau één op één overgenomen. “Natuurlijk kost dat geld maar het kost nog meer geld als het op langere termijn niet goed gaat”, zegt de ontwikkelaar. Die overtuiging is ook te zien aan de afwerking van de gevels van de waterwoningen. Als standaard kregen de kopers spachtelpleister aangeboden. Maar ze konden ook voor krabpleister kiezen. “Dat is weliswaar duurder, maar een minerale afwerking veroudert minder snel. Er is dus minder onderhoud nodig en dat scheelt. Zeker bij een drijvende woning want dan heeft schilderen toch wat meer voeten in de aarde.” De optie bleek een schot in de roos; alle kopers kozen voor krabpleister. Voor de stukadoor maakte het de klus wel een stuk zwaarder. “Je praat toch over zo’n 180 m2 per woning die je moet krabben, en dat is best pittig!”

Ongebruikelijke afwerking

Per woning waren de stukadoors zo’n twee tot tweeënhalve week bezig. Ze begonnen met sokkelprofielen en stucstops aanbrengen. Op een enkele woning na heeft de timmerman de EPS-platen geplakt. Daarna was het weer de beurt aan de stukadoors, om hoeken te stellen en de morteweefsellaag aan te brengen, vervolgens de pleister te spuiten en uit te krabben. Dat laatste is een specifiek stukje werk dat in Nederland niet al te vaak wordt gedaan. “Je moet je mortelweefsellaag voldoende dikte te geven om stevigheid te creëren voor de krabpleister”, legt Ed ter Steege de werkwijze uit. “Voor de hechting hebben we hem getand weggezet. Dan spuit je de krabpleister, in twee lagen. De eerste laag zet je ook weer met een getande rij weg, de tweede laag maak je vlak. Daar ga je nog wel een keertje met een getand mes overheen om ribbels te maken. Die zijn nodig om met je spijkerbedje goede grip te krijgen want is het oppervlak glad, dan kom je er niet in.” In totaal is de afwerklaag zo’n 14 a 15 millimeter dik. Dat is een verschil met spachtelen, waarbij meestal korreldikte wordt aangebracht. “Je onderlaag moet dan supervlak staan” zegt de stukadoor over die veel vaker gekozen afwerking. ”Met krabpleister is dat minder kritisch, dan haal je je vlakheid voornamelijk uit de eindlaag.”

Geslaagde praktijktest

Grote verschillen met een buitengevelisolatiesysteem op een landwoning aanbrengen heeft de stukadoor niet gezien. “Het systeem zelf wordt er niet anders door. Hooguit dat je het maaiveld niet in hoeft en dat je aansluit op een polyester bak. Maar dat doe je met een sokkelprofiel dus dat is eigenlijk ook niet echt anders.” En het hydraulische platform zorgde ervoor dat de woningen tijdens de bouw waterpas en stabiel lagen, zodat werken op het water ook weinig verschil maakte. “Je moet alleen wel opletten dat je geen gereedschap laat vallen”, merkt de stukadoor op.
Voor de levensduur van het gevelisolatiesysteem en het pleisterwerk maakt de ligging op het water geen verschil. In totaal telt Waterrijk twaalf waterwoningen. De laatste wordt in oktober opgeleverd, de eerste ligt er al weer bijna twee jaar. Voldoende tijd dus om een goed beeld te krijgen van het succes van de aanpassingen ten opzichte van de eerste woningen die in Delft zijn gebouwd. Ook al omdat de omstandigheden beduidend anders zijn. “In Delft liggen ze in een binnenwatertje, hier in een behoorlijke plas”, verduidelijkt Olaf Janssen. “We hebben wel een paar aardige stormen gehad en dan heb je hier wel serieuze golfslag. Maar alles ziet er nog prima uit; geen scheuren, geen lekkages. We zijn er dan ook van overtuigd dat we op de goede weg zijn!”

 

Energiezuinig

Uitgangspunt bij de ontwikkeling van de Balance d’Eau waterwoning was toekomstgericht bouwen. Vandaar de uitstekende isolatie, de Rc van ruim 7. De woningen zijn standaard voorzien van negen zonnepanelen op het platte dak.  Met wat kleine aanpassingen –  meer zonnepanelen of panelen met meer capaciteit, een warmtepomp en wellicht nog iets betere isolatie – kunnen de woningen makkelijk een EPC van 0 halen. Wellicht zelfs nog minder, zodat ze energieleverend worden. Nul op de meter is volgens de ontwikkelaar dus geen probleem en een gasloze uitvoering ook al niet. En doordat de woningen op locatie worden gebouwd, zijn ze maatvrij. Dat is een wereld van verschil met woonarken die op een werf worden gebouwd en qua afmetingen worden beperkt door het vervoer over land en water dat vervolgens nodig is. Die maatvrijheid en dat bouwen op locatie zijn volgens Olaf Janssen belangrijke redenen geweest dat de vraag naar zijn waterwoningen toeneemt. Binnenkort starten er projecten in Zeewolde en Nijmegen. Nijmegen is te ver weg voor het stukadoorsbedrijf uit Nootdorp maar in Zeewolde is Ed ter Steege wel van de partij. “Eigenlijk is dat ook net iets te ver weg, ik leg de grens op één uur rijden. Maar Woerden is me goed bevallen. Mooi werk, fijne sfeer op de bouw!” 

 

Over het stukadoorsbedrijf

Vijfentwintig jaar zit Ed ter Steege al in het vak. Na een flink aantal jaren bij goede en erkende stukadoorsbedrijven in de Haagse regio gewerkt te hebben, begon hij in 2005 zijn eigen bedrijf: Stucadoorsbedrijf Ed ter Steege. Het bedrijf uit Nootdorp is uitgegroeid tot een all-round stukadoorsbedrijf dat uitdagende projecten in het traditionele werk niet schuwt. De klantenkring bestaat uit zowel aannemers als particulieren. De meewerkend eigenaar heeft drie stukadoors in vaste dienst en kan waar nodig beschikken over een flexibele schil zodat ook grote werken kunnen worden aangepakt.

 

Waterwoningen Woerden

Opdrachtgever en aannemer: Balance d’Eau, Delft
Architect: Zeinstra en Verbeek, Den Haag
Gevelstucwerk: Stucadoorsbedrijf Ed ter Steege, Nootdorp

Geplaats in: Stukadoor
Tags:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


seven × = 56

Background