Splinternieuw Klassiek

Dec 18
Geplaatst door
(© Roos Aldershoff Fotografie)

(© Roos Aldershoff Fotografie)

Een architect met kennis van klassieke plafonds, de uitgebreide Silberling collectie en stukadoors die hun vak verstaan en graag samenwerken. Het waren onmisbare ingrediënten om van een gewezen kantoor weer een luisterrijke woning te maken. (foto’s door Roos Aldershoff Fotografie)

Terug naar waar?

Vierhonderd jaar van gebruik en verbouwing, er zijn maar weinig panden die dan nog in de originele staat verkeren. De monumentale woning in de Noord-Hollandse kaasstad in ieder geval niet. Van origine waren het zelfs twee panden die op enig moment zijn samengevoegd. Uiteraard ging dat ten koste van de nodige originele bouwdelen, onder meer de gevel is toen grotendeels veranderd. In de jaren 70 van de vorige eeuw werd van de woning en een aantal naastgelegen panden een kantoor gemaakt. Door gebrek aan onderhoud verkeerde het eeuwenoude huis in slechte staat. Er waren veel rigoureuze ingrepen nodig om het bruikbaar te maken en dat ging ten koste van veel authentieke elementen. Zo maakte onder meer de stucplafonds plaats voor systeemplafonds.
Een jaar of veertig later al was het tijd voor de omgekeerde weg: van kantoorpand terug naar woning. Restauratiearchitect René Bosch van Drakestein werd ingeschakeld om er weer het ‘oorspronkelijke’ klassieke karakter in terug te brengen. “Een échte restauratie kon het niet worden, daarvoor was er simpelweg te weinig over van het originele interieur”, zegt de architect. Tekeningen en foto’s waren er ook nauwelijks dus houvast om de oorspronkelijke situatie te reconstrueren was er niet echt. Bekend was wel dat de twee originele panden begin 17e eeuw zijn gebouwd, en dat ze in de 18e eeuw zijn samengevoegd, maar dat zegt hooguit iets over de bouwfasering. En dan waren er nog de wensen van de opdrachtgever. “We wisten bijvoorbeeld dat er in de gang vroeger allemaal nissen hadden gezeten en die zijn op enig moment dichtgemetseld. Die zou je kunnen terugbrengen, maar dat was te kostbaar. Er moest wél iets met die gangwanden gebeuren omdat het anders veel te strak en saai zou worden. De ritmering van deze nissen maakt de gang boeiend en levendig samen met het stucplafond. Om de nissen toch terug te laten komen heb ik geprofileerd lijstwerk ontworpen dat de plek en de contouren aangeeft van de dichtgezette nissen.”

Eclectische mix

De plafonds in de voor- en de achterkamer waren ook een lastig verhaal. Daar moesten lijsten en ornamenten op komen, maar de keuze voor een bepaalde stijl zou subjectief zijn. De twee antieke schouwen die de opdrachtgever voor de twee kamers had aangeschaft gaven de doorslag. “De ene is Empire, de andere zit tussen Lodewijk XIV en Lodewijk XV in”, zegt René Bosch van Drakestein. “Van die twee stijlen ben ik uitgegaan om plafonds voor de twee kamers te ontwerpen.” Liefst had hij zelf ook de ornamenten ontworpen en ze door de stukadoor laten modelleren maar dat zou te ver gaan voor dit project. “Uiteindelijk hebben we gekozen voor ornamenten uit de Silberling-collectie; daar had ik bij een eerder project al eens kennis mee gemaakt.” De keuze leidde tot een interessante samenwerking tussen stukadoorsbedrijf J.P. de Koning dat door aannemer Leguit en Roos was ingeschakeld voor het stukadoorswerk in het pand, en het Neerlandsch Stucgilde.

Zuinig zijn op Silberling

“De Silberling-collectie is eigendom van NOA en wordt beheerd door het Neerlandsch Stucgilde”, legt meesterrestauratiestukadoor Fekke Haringsma van het Stucgilde uit. “Als we een aanvraag krijgen voor het gebruik van een stuk uit de collectie, dan koppelen we de aanvrager aan een Gildelid in de buurt van het project. Dat bedrijf kan dan het werk uitvoeren. Als er al een stukadoorsbedrijf op het werk bezig is, dan pakken we het samen op, want het is absoluut niet de bedoeling dat het Stucgilde het werk overneemt. Nu was stukadoorsbedrijf J.P. de Koning al aan het werk, dat is echter (nog) geen lid van het Stucgilde. Edwin de Koning benaderde mij persoonlijk om hem als gildelid te helpen bij het ornamentendeel.”
Een belangrijk deel van de ondersteuning zat in het voortraject, in het maken van afgietsels van de originele Silberling-stukken. Van de veertien elementen die architect en opdrachtgever uit de Silberling-catalogus hadden uitgezocht, waren er twaalf in de collectie. De meeste waren in goede staat maar sommige stukken moesten eerst worden gerepareerd voordat Fekke Haringsma er mallen en afgietsels van kon maken. “Dat traject; het repareren, mallen maken en afgieten, wordt altijd gedaan door Gildeleden. Die hebben een driejarige opleiding voor dergelijk restauratiewerk gedaandus dan weten we zeker dat de stukken in deskundige handen zijn. Je hebt het wel over een museale collectie, daar zijn we zuinig op. Daarom is onze regel dat niet-leden geen mallen maken van de collectie; ook al zijn ze nog zo goed, zoals J.P. de Koning.”
Edwin de Koning, eigenaar van stukadoorsbedrijf J.P. de Koning, heeft daar alle begrip voor. “We zijn dan wel geen lid van het gilde maar we hebben goed geschoolde en ervaren stukadoors in dienst die dit ook zouden kunnen. Ik denk echter dat er genoeg stukadoors zijn die dit niet kunnen en die laat je liever niet met die ornamenten werken. Daarom denk ik dat het verstandig is dat het Stucgilde de collectie beheert en er op deze manier voor zorgt dat hij goed blijft en goed wordt gebruikt.”

Lastige vertaling

Met het aanbrengen van de ornamenten en de lijsten bleef er nog genoeg uitdaging over voor het stukadoorsbedrijf uit Purmerend. De twee hoofdkamers waar de gedecoreerde plafonds moesten komen, waren namelijk absoluut niet rechthoekig. Architect René Bosch van Drakestein had daar ook al mee geworsteld bij het maken van het ontwerp. “Naar achter toe wordt het pand wat breder, en de schouwen zitten ook niet helemaal symmetrisch in de kamers. Hoe ga je dan om met je lijsten en je ornamenten?” De architect slaagde er in om een mooi en passend ontwerp op papier te zetten. Om dat 2D-ontwerp op schaal te vertalen naar een levensgroot 3D-plafond was echter bepaald niet eenvoudig. “Een potloodstreepje op papier kan in werkelijkheid 10 centimeter zijn, en dat ga je wel zien”, zegt Edwin de Koning. “We hebben flink moeten puzzelen om alles goed te verdelen en te plaatsen.” Fekke Haringsma, die hielp met het aanbrengen van de ornamenten, heeft met bewondering gekeken hoe de werknemer van J.P. de Koning dat aanpakte. “Een dik compliment voor Maikel die dit heeft gemaakt! Geen hoek was haaks dus ze moesten allemaal in vals verstek. En als lijsten gaan torderen dan wordt het erg lastig om rozetten en cirkels er goed in te passen. Maar het is allemaal heel goed gedaan.”

Schijn bedriegt

Anders dan de ornamenten heeft de architect de geprofileerde lijsten wél zelf ontworpen. De stukadoors van J.P. de Koning maakten ze deels in de werkplaats in Purmerend en deels in het werk. “Het zijn behoorlijk hoge en brede lijsten en plinten. Ik vond het geen goed idee om die in zijn geheel te trekken omdat je dan teveel overgangen gaat zien”, zegt Edwin de Koning. Als alternatief werden ze opgedeeld in smalle geprofileerde stukken die in de werkplaats werden getrokken en die de stukadoors parallel aan elkaar op de plafonds hebben geplaatst. De vlakken tussen die lijsten vulden ze op met stucplaat en gips. “Voordeel van deze aanpak is dat je een veel korter droogproces hebt. Sommige plinten en lijsten zijn wel 2,5 centimeter dik. Als je dat volledig met gips doet, dan duurt het heel lang voor het goed droog is. Dat brengt weer allerlei risico’s met zich mee, bijvoorbeeld schimmelvorming.” Van de opbouw is absoluut niets te zien, de lijsten lijken complete en massieve stukken die één geheel vormen met het plafond.

Slimme oplossing

Eén lijst komt wel uit de Silberlingcollectie, dus daar was de inbreng van het Stucgilde weer voor nodig. In plaats van een rechte kraallijst wilde de architect hem echter in een ovaal geplaatst hebben, rondom een ornament. Fekke Haringsma en de stukadoor van J.P. de Koning zijn wel even bezig geweest om uit te dokteren wat de beste manier was om dat aan te pakken. “Alle losse kraaltjes met de hand op een plank leggen en dat afgieten? Of de kraaltjes stuk voor stuk met een pincet op het plafond aanbrengen? Dat zou allemaal behoorlijk tijdrovend zijn. Uiteindelijk hebben we bedacht om ze gewoon in de rechte mal te maken maar daar een ijzerdraadje in te leggen. Zo kregen we een slingertje dat we in elke vorm konden buigen en plaatsen.” Het was één van de dingen die voor de meesterrestauratiestukadoor de samenwerking zo boeiend en waardevol maakten. “Het is prachtig om kennis en ervaring uit te wisselen met een goede stukadoor waar je normaal gesproken niet mee werkt. Je zit vaak toch erg in je eigen kringetje maar door deze samenwerking doe je weer allemaal nieuwe ideeën op en kom je tot andere oplossingen.”

Voors en tegens

Ook Edwin de Koning vond het een leerzame samenwerking. Hij ontdekte bijvoorbeeld dat het Stucgilde een andere methode gebruikt bij het plaatsen van ornamenten dan zijn bedrijf gewend is. “Zij stukadoren eerst het plafond; op de plek waar het ornament moet komen nemen ze een houten plaat op met de dikte van het ornament. Later halen ze die plaat weg, plaatsen ze het ornament en helen het plafond aan. Wij doen dat anders; eerst het ornament plaatsen en dan het plafond daarnaartoe werken. Dat zet je aan het denken over wat nou handiger is. Voordeel van onze methode vind ik dat je veel meer ruimte hebt om naar het ornament toe te werken en er voor te zorgen dat eventuele onvlakheden in dat ornament niet opvallen. Voordeel van hun methode is weer dat, als een ornament niet leverbaar is en je er een paar maanden op moet wachten, je wel alvast het plafond kunt maken. Dan loopt de bouw geen vertraging op door droogtijden.”

Perfecte ondergrond

Niet alleen vanwege hun onderlinge samenwerking kijken de stukadoors met een goed gevoel teug op het project. “Het is prachtig dat een opdrachtgever dit wil en dat er zo’n bevlogen architect bij betrokken was”, zegt Edwin de Koning. “En niet te vergeten een aannemer die goed kan timmeren. We hebben vooraf goed overleg gehad met Leguit en Roos over de pleisterdragers, hoe we die gemonteerd wilden hebben. Dus stucplaten van 40 centimeter breed haaks op het rachelwerk vastgezet met 4 schroefjes per rachel. De kopse kanten tegen elkaar en op de langszijden een naadje van 3 a 4 mm. Precies zoals het staat omschreven in de normen dus, maar heel vaak wordt het niet zo uitgevoerd. En dan kun je zo’n plafond niet maken.”

Architect René Bosch van Drakestein is tevreden over hoe zijn plafond- en wandontwerpen zijn uitgevoerd. “Vooraf was ik er niet helemaal gerust op. Het lijkt simpel maar ruimtes die niet rechthoekig zijn en dan al die verstekjes maken het best ingewikkelde plafonds en wanden. Maar ze hebben dat goed gedaan, ook het plaatsen van de ornamenten. Als je zo’n stuk niet goed aanbrengt kun je al snel zien dat het een prefab element is dat niet in het werk is gemaakt. En dat past niet bij mijn uitgangspunten, ik probeer zo te restaureren dat mensen denken dat het origineel is.” Dat het hier niet om een daadwerkelijke restauratie ging doet daar niets aan af. Ook niet wat de stukadoors betreft. “Dit zijn nieuwe plafonds, van ontwerp tot en met uitvoering, gemaakt met dezelfde intentie en moeilijkheidsgraad en vakmanschap als dat eeuwen geleden gebeurde. Want oude plafonds zijn immers ooit ook nieuw geweest.”

 

Strak vakwerk

Naast de lijsten- en ornamenten zat er nog veel meer stukadoorswerk in de woning. Op de bovenverdieping bijvoorbeeld; daar moest het stucwerk met zogenoemde Amsterdamse plinten aansluiten op de houten betimmering. “Vaak worden dat soort plinten geplakt, maar meestal zie je dan duidelijk waar de delen op elkaar aansluiten”, zegt Edwin de Koning. “Daarom hebben we ze in het werk getrokken, met dubbele stucstoppen.”
Een ander stukje vakwerk was de ronde wand bij de trap. “We hadden het voordeel dat de trap er al stond en dat we die een beetje konden gebruiken als geleiding. Maar voor een deel doe je het toch uit de vrije hand. De truc is dat je hem niet in één keer op het metselwerk in model moet willen krijgen maar dat je de gips in meerdere lagen opzet.”

 

Over stukadoorsbedrijf J.P. de Koning

Gestart in 1914 is stukadoorsbedirjf J.P. de Koning al meer dan 100 jaar oud. Het familiebedrijf heeft altijd in Purmerend gezeten, tot 1980 in de binnenstad en daarna op het industrieterrein langs de N247. Huidige eigenaren zijn Edwin de Koning, kleinzoon van de oprichter, en Coen de Koning, neef van Edwin en achterkleinzoon van de oprichter.
J.P. de Koning is een allround stukadoorsbedrijf dat alle voorkomende stukadoorswerk doet, binnen en buiten, inclusief gevelisolatie. De klantenkring bestaat voor 80% uit aannemers en voor 20% uit particuliere opdrachtgevers.

 

Silberling-collectie

In de tweede helft van de 19e eeuw nam de bouwproductie fors toe. Daarmee ontstond de behoefte aan snellere bouwmethodes en aan industrieel vervaardigde bouwmaterialen. Zo ook aan snellere manieren om stucplafonds te decoreren dan handmatig boetseren en trekken. In antwoord hierop ontwikkelde Silberling & Co een ruime collectie rijk gedecoreerde en gedetailleerde ontwerpen voor lijsten, hoekstukken en ornamenten. Aan de hand van deze ontwerpen maakte de Amsterdamse firma afgietsels waarmee stukadoors interieurs op snelle en relatief eenvoudige wijze konden verfraaien. Silberling & Co legde de ontwerpen vast in een catalogus. Het Neerlandsch Stucgilde heeft alle bekende catalogusbladen verzameld in een boekwerk en in een digitale database die is te raadplegen via de website www. stucgilde.nl. Van het overgrote deel van de ontwerpen, in totaal zo’n 3000 stuks, zijn ook mallen of originele stukken waar het Stucgilde op aanvraag afgietsels van kan maken. 

Geplaats in: Stukadoor
Tags:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


8 − = two

Background